Jaren geleden schreef ik voor een gemeente artikelen over de renovatie van een echte volksbuurt. Een enorm project waarbij complete straten op de schop gingen, woningen werden gesloopt, een school werd gebouwd en zelfs plannen waren voor een tunnel onder het spoor. Ik ging regelmatig de wijk in om met bewoners te praten en kwam ook vaak op het gemeentehuis.
Daar sprak ik voor bijna iedere editie van het bewonersmagazine met een boomlange projectmanager. Een sympathieke ambtenaar die me bijpraatte over de voortgang. Wat me vooral bijbleef, was hoe goed die man de enorme puzzel overzag. Je kon niet zomaar ergens beginnen met bouwen, want dan liep je bij een ander project weer vast. En als ergens iets veranderde, had dat gevolgen voor allerlei andere plannen.
Hij kon dat allemaal ook nog eens uitleggen in taal die ik begreep. Gelukkig maar, want vervolgens moest ik er een begrijpelijk verhaal van maken voor de bewoners. En hoe langer ik met hem sprak, hoe meer bewondering ik kreeg voor het vakmanschap dat achter zo’n enorme gebiedsontwikkeling zat. Voor een inwoner kan het soms voelen alsof er eindeloos wordt gepraat voordat eindelijk die schop de grond in gaat. Na zo’n gesprek begreep ik weer hoeveel er soms moet gebeuren voordat die schop überhaupt kan worden gepakt.
Het grappige was dat hij zelf volgens mij helemaal niet bezig was met de vraag hoe bijzonder dat was. Hij deed gewoon zijn werk. Daar werd hij voor betaald. Natuurlijk kende hij de projecten, de planning en alle onderlinge afhankelijkheden. Voor hem was het dagelijkse kost. Voor mij ging er tijdens die gesprekken een wereld open.
Ik ben dat later nog vaak tegengekomen. Mensen die ergens ontzettend goed in zijn en dat zelf de normaalste zaak van de wereld vinden. Een ervaren automonteur hoort aan een motor wat eraan mankeert. Ik kom waarschijnlijk niet verder dan: hij maakt een raar geluid. Een verpleegkundige ziet iets bij een patiënt wat mij volledig zou ontgaan.
Wie jarenlang hetzelfde vak uitoefent, vergeet gemakkelijk hoeveel kennis en ervaring er inmiddels is opgebouwd. En hoe interessant die kennis voor anderen kan zijn.
Als ik met mensen over personal branding praat, ben ik daarom vooral benieuwd naar wat ze allemaal in huis hebben. Wat weten of kunnen ze waar anderen iets aan hebben? Waarvoor weten collega’s hen te vinden? En wat vinden ze zelf de normaalste zaak van de wereld, terwijl een ander er met bewondering naar kijkt? Daar begint het wat mij betreft. Want als je zelf nauwelijks beseft hoeveel je te bieden hebt, hoe moeten anderen dat dan weten?
Die projectmanager had waarschijnlijk nooit een cursus personal branding gevolgd. Toch weet ik jaren later nog precies wat hij kon.

Geef een reactie